Gecertificeerde Instellingen, of ‘GI’


De Gecertificeerde Instelling is de organisatie die de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel op zich neemt.
Denk aan een ondertoezichtstelling of een voogdijmaatregel. De GI komt in beeld nadat de kinderrechter een maatregel heeft uitgesproken, meestal op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.

Vanaf dat moment is de GI je dagelijkse gesprekspartner, degene die een plan van aanpak opstelt, hulpverlening inzet en zicht houdt op de veiligheid van je kind.

Wat veel ouders niet weten, is dat de GI twee soorten beslissingen kan nemen. Een deel mag de GI zelfstandig doen, zoals het inzetten van hulpverlening of het geven van een schriftelijke aanwijzing.

Die aanwijzing is bindend en kan ingrijpende gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor de omgangsregeling. Een ander deel van de beslissingen vereist vooraf toestemming van de kinderrechter. Het belangrijkste voorbeeld daarvan is de machtiging uithuisplaatsing. Dat is de meest ingrijpende maatregel in het stelsel en raakt het recht van ouders en kinderen op een ongestoord gezinsleven.


Bij een uithuisplaatsing kan de GI bovendien de contacten tussen jou en je kind beperken. Die beperking geldt juridisch als een schriftelijke aanwijzing, waartegen je je bij de kinderrechter kunt verzetten. Dat recht bestaat, maar het wordt je zelden actief uitgelegd.

De GI rapporteert aan de rechter, overlegt met de Raad bij verlengingen en stemt af met het lokale team. In al die rapportages worden feiten, observaties en interpretaties door elkaar gebruikt.

Dat maakt het dossier van de GI tot een van de meest bepalende documenten in je zaak, en tegelijkertijd tot een van de meest kwetsbare voor fouten. Wie daar niet secuur naar kijkt, mist wat er werkelijk staat.