Hoe ziet een raadsonderzoek eruit en wat wordt er van je verwacht?
Als de Raad voor de Kinderbescherming in beeld komt, is dat zelden een verrassing die uit het niets valt. Meestal is er al een traject aan voorafgegaan: een melding bij Veilig Thuis, betrokkenheid van een wijkteam of een jeugdbeschermingsinstelling die heeft geconcludeerd dat vrijwillige hulp onvoldoende werkt. Het raadsonderzoek is de volgende stap in een keten die al langer loopt. Dat maakt het niet minder ingrijpend, maar het helpt om te begrijpen hoe je hier bent terechtgekomen en wat er nu precies gaat gebeuren.
Het onderzoek begint doorgaans met een brief. Je krijgt van de Raad voor de Kinderbescherming een brief met uitleg als er een beschermingsonderzoek gaat starten. Alleen bij spoedsituaties is het niet altijd mogelijk om je vooraf te laten weten dat er een onderzoek begint.
In veel regio’s volgt daarna een bijeenkomst, de Jeugdbeschermingstafel, voordat het eigenlijke onderzoek van start gaat.
LET OP: Je hebt recht op juridische bijstand, dat wordt niet altijd verteld.
Tijdens die bijeenkomst staat het veilig opgroeien van je kind centraal. Er kunnen vragen gesteld worden om een helder beeld te krijgen van hoe het nu gaat in je gezin, waarna de deelnemers bespreken of de hulp die er op dit moment is voldoende verbetering kan brengen.
Besluit de raadsonderzoeker een beschermingsonderzoek te starten, dan maakt hij of zij een onderzoeksplan. Daarin staat wat de zorgen zijn en met wie hij gaat praten. Het is de bedoeling dat hij een compleet beeld krijgt van de situatie van het kind. De raadsonderzoeker spreekt met de ouders en met het kind, en met mensen die het kind of gezin goed kennen.
Als de raadsonderzoeker niet met het kind kan spreken, zal hij het kind in ieder geval zien.
Dat laatste is een punt dat veel ouders bezighoudt: worden de kinderen apart gesproken? Het antwoord is ja. De raadsonderzoeker spreekt kinderen in principe altijd, ook los van de ouders. Hoe dat gesprek eruitziet en waar het plaatsvindt, verschilt per situatie en per onderzoeker. De gesprekken met ouders vinden soms op kantoor van de Raad plaats, maar ook een thuisbezoek behoort tot de mogelijkheden.
Het gezin wordt uitgenodigd voor een gesprek met de raadsonderzoeker, waarbij een familielid, goede vriend of professioneel vertrouwenspersoon aanwezig mag zijn.
Naast de gesprekken met jou en je kinderen verzamelt de raadsonderzoeker informatie bij anderen. Dat kunnen mensen uit je directe omgeving zijn, maar ook professionals. De school van je kind, de huisarts, een behandelaar: zij kunnen allemaal worden benaderd.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft de vrijheid om naar eigen inzicht onderzoek te doen, wat betekent dat er soms informanten worden geraadpleegd die mogelijk incomplete informatie hebben of informatie die verkeerd geïnterpreteerd zou kunnen worden. Tegen die discretionaire bevoegdheid is juridisch weinig in te brengen, maar het betekent wel dat informatie uit tweede hand een rol kan spelen in het eindoordeel over jouw gezin.
Het onderzoek mondt uit in een rapport. Na het onderzoek schrijf de raadsonderzoeker op wat er volgens de Raad nodig is voor jou en je gezin. Je krijgt het rapport of een gedeelte ervan toegestuurd. Wil je erop reageren of staat er iets in dat niet klopt, dan kun je dat binnen vijf werkdagen doorgeven. Daarna maakt de raadsonderzoeker een definitief rapport. Staat er in dat definitieve rapport dat verplichte hulp nodig is, dan gaat het naar de kinderrechter.
Hoe lang duurt dit alles?
Vanaf de start tot het moment dat het rapport wordt verstuurd, duurt het onderzoek ongeveer twee tot drie maanden. Hoe lang een onderzoek precies duurt, verschilt per geval. Voordat het onderzoek begint, is er vaak een wachttijd.
Wat wordt er van jou verwacht?
Formeel gezien ben je niet verplicht mee te werken, maar de Raad voor de Kinderbescherming gaat wel door met het onderzoek, en door niet mee te werken kan de Raad in het onderzoek geen rekening houden met hoe jij naar de situatie kijkt. Dat klinkt als een neutrale mededeling, maar de implicatie is helder: wie zwijgt, geeft de interpretatie aan de ander.
Wat in de praktijk minstens zo belangrijk is als meewerken, is weten wat er over je wordt opgeschreven. Het raadsrapport is geen samenvatting van feiten. Het is een interpretatie van gesprekken, van gedrag dat is geobserveerd en van informatie die derden hebben aangeleverd. TDR Recherche leest dat rapport en brengt in kaart waar aannames als feiten zijn gepresenteerd, waar feitelijke onjuistheden staan en welke protocollen niet of onvoldoende zijn gevolgd. Dat wordt vastgelegd in een onafhankelijke contrarapportage die je kunt gebruiken in de procedure. Je hebt vijf werkdagen om te reageren op het conceptrapport. Wie die dagen benut met een onderbouwde inhoudelijke reactie, staat er anders voor dan wie alleen aangeeft het er niet mee eens te zijn.
